Screening en vroegdetectie

Gevaccineerd of niet, screening blijft belangrijk. Het HPV-vaccin beschermt tegen de HPV-types die het vaakst kanker veroorzaken, maar niet tegen allemaal. Bovendien kun je al vóór je vaccinatie besmet zijn geraakt en biedt geen enkel vaccin 100% bescherming. Door je regelmatig te laten screenen, kunnen afwijkende cellen vroegtijdig opgespoord en behandeld worden, nog voor ze kunnen uitgroeien tot kanker. Heb je klachten? Wacht dan niet op een screening, maar contacteer een arts!

Baarmoederhalsscreening: hoe?

Baarmoederhalsscreening gebeurt via een uitstrijkje bij de huisarts of gynaecoloog. Hoe dat uitstrijkje wordt geanalyseerd en hoe vaak je je moet laten testen, hangt af van je leeftijd.

Vrouwen van 25 tot en met 29 jaar laten zich best elke drie jaar testen.

Het uitstrijkje wordt eerst onderzocht op abnormale cellen – de klassieke paptest. Bij ernstige afwijkingen volgt meteen een colposcopie – een kijkonderzoek van de baarmoederhals. Bij lichte of onduidelijke afwijkingen wordt datzelfde uitstrijkje ook getest op HPV. Is die test negatief voor hoogrisico-HPV, dan is een nieuwe screening pas na drie jaar nodig. Is die positief, dan volgt na een jaar een nieuw uitstrijkje voor zowel een celonderzoek als een HPV-test. Bij geruststellende resultaten kan de eerstvolgende screening opnieuw na drie jaar, anders volgt een colposcopie.

Vrouwen van 30 tot en met 64 jaar laten zich best elke vijf jaar testen.

De aanpak is omgekeerd: het uitstrijkje wordt eerst getest op HPV. Is die test negatief voor hoogrisico-HPV, dan is een nieuwe screening pas na vijf jaar nodig. Wordt er wel hoogrisico-HPV gevonden, dan volgt een celonderzoek. Bij HPV-type 16 of 18 wordt bovendien meteen doorverwezen voor een colposcopie. Bij andere hoogrisicotypes hangt het vervolg – een colposcopie of een nieuwe HPV-test na maximaal een jaar – af van het resultaat van het celonderzoek.

Wat is screening voor baarmoederhalskanker?

Dr. Kobe Dewilde legt uit

Baarmoederhalsscreening: waarom zo?

De HPV-test is gevoeliger dan de klassieke paptest: na een negatieve uitslag is de kans op voorloperletsels in de jaren daarna kleiner, en dat verschil houdt langer aan. Daarom volstaat voor vrouwen ouder dan 30 een screening om de vijf jaar in plaats van om de drie jaar. Bij vrouwen jonger dan 30 komt HPV zo vaak voor dat een HPV-test te veel tijdelijke infecties zou opsporen die vanzelf verdwijnen. Voor hen is eerst controleren op abnormale cellen de betere keuze.

Geen screening voor andere kankers

Voor andere HPV-gerelateerde kankers bestaat geen bevolkingsscreening. Zo’n screening heeft alleen zin als een kanker vaak genoeg voorkomt, er duidelijke voorstadia zijn, en die met een eenvoudige en betrouwbare test opgespoord kunnen worden.

Baarmoederhalskanker voldoet aan al die voorwaarden.

Vulva-, vagina-, penis- en anale kanker komen te weinig voor om een volledige bevolkingsscreening te rechtvaardigen. Voor mond- en keelkanker ontbreekt dan weer een eenvoudige, betrouwbare test om vroege afwijkingen op te sporen en zijn de voorstadia moeilijk herkenbaar.

Wat te doen bij klachten?

Een ongewone bloeding? Een wondje of zweertje dat niet geneest? Een knobbeltje, verdikking of zwelling? Moeite met slikken, plassen of stoelgang? Aanhoudende jeuk, irritatie of pijn?

Wacht niet te lang en contacteer een arts!

Lees meer over symptomen van: